kruidenwijn

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wijn waaraan kruiden zijn toegevoegd
    Op het dienblad stonden kruidenwijn, vruchtenlikeuren, paddestoeltjes, met karnemelk bereide roggekoekjes, raathoning, mousserende en niet-mousserende mede, appels, verse en geroosterde noten en noten met honing.
    'Het etiket van de glazen fles zegt: 'Spaanse wijn, vruchtenextracten'. Die zijn echt wel aanwezig, wat eerst een medicinale geur van een kruidenmengeling veroorzaakt. Als de sangria wat zuurstof heeft gekregen, komt er in de neus echt wel wijn en gelukkig niet de limonade van andere sangria's. Smaakt naar kruidenwijn, vermoedelijk vooral door de kaneel. Ook muskaatnoot? Warme, zuiderse impressies.'

Vertalingen

Engelsspiced wine