woorden
boek
Start
›
K
›
kruipers
kruipers
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
zangvogels
(zangvogels) een geslacht van zangvogels uit de familie spreeuwen ()
Etymologie
* "kruiper" met de uitgang -s
Verwante woorden
krui
Kruibeke
kruid
kruidachtig
kruidachtige
kruidboek
kruidboeken
kruidcake
kruidde
kruidden
kruide
kruiden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← kruiperijen
kruipertje →