kruisbloemigen
/krœyzˈbluməɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) of Cruciferae, plantenfamilie waaruit veel wintergroenten komen
Etymologie
*"kruisbloemige" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*"kruisbloemige" met de uitgang -en