kunde

vrouwelijk (de)/ˈkʏndə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) bekendheid met, kennis van zaken (nu vooral gangbaar als rechterdeel van samenstellingen die een gebied van studie of wetenschappelijke discipline aangeven)
  2. bekwaamheid in een vak, wetenschap of in algemene zin

Etymologie

*van Middelnederlands "conde" "bekendheid, kennis"

Vertalingen

Engelsacquaintance, knowledge
DuitsKunde, Kenntnis
Spaansconocimiento