kun
/kʏn/
Betekenis
werkwoord
- (in inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de jij-vorm van kunnenKun je even kijken of dit wel klopt?
Uitdrukkingen
- Dat kun je op je vingers natellen — zeer gemakkelijk nagaan, inzien
- Op één been kun je niet staan — Schertsend gezegde wanneer iemand een tweede glas (meestal alcoholhoudende drank) wordt aangeboden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek