kun

/kʏn/

Betekenis

werkwoord
  1. (in inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de jij-vorm van kunnen
    Kun je even kijken of dit wel klopt?

Uitdrukkingen

  • Dat kun je op je vingers natellenzeer gemakkelijk nagaan, inzien
  • Op één been kun je niet staanSchertsend gezegde wanneer iemand een tweede glas (meestal alcoholhoudende drank) wordt aangeboden.