kunstenmaker
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die acrobatische toeren uitvoertDe oudste van de kunstenmakers veegde zijn voorhoofd met achterover wuivend haar af, lei zijn zakdoek op een honderdponder, bij vierkante gewichten met hengsels, bij slingerkoord, bij rooie en bij koopren ballen, bij een matte stoel en een korfje met eieren.
- persoon die goocheltoeren vertoont
- aansteller, fratsenmaker
- iemand die gemene truckjes uithaalt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek