laksheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. van een persoon dat deze te lui of te onnadenkend is om iets te doen
    Een grote meerderheid vindt het daarentegen wel goed dat de jeugd beschermd wordt tegen middelen die schadelijk zijn. Sommige respondenten vinden dat echter vooral een taak voor de ouders, in plaats van voor de overheid. Een stemmer verwijt ouders laksheid. „Zij kiezen vaak de makkelijkste weg, nemen geen verantwoordelijkheid.” Anderen geloven juist dat voorlichting over de drankjes kinderen ervan weerhoudt ze te drinken.de Telegraaf MARTINE DE VENTE 02 feb. 2018
    Terwijl de onvrede bij ’gewone’ Nederlanders groeit over de storingen bij Nederlandse banken, zijn ook programmeurs en netwerkbeheerders verbaasd over de grote problemen door DDoS-aanvallen. Eigenlijk zijn die cyberproblemen redelijk gemakkelijk op te lossen, maar banken falen gewoon, zeggen ze. „Nederland zou wereldwijd koploper moeten zijn. Dit is puur laksheid.”de Telegraaf 30 jan. 2018
    Eén ochtend sprak ene doctor Ring Lundqvist, die de directeur was geweest van de jeugdgevangenis Roxtuna maar ermee was gestopt vanwege alle laksheid.

Etymologie

* afleiding van laks

Vertalingen

Engelslaxity, weakness, indiference