landvolk

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep mensen die aan land wonen; mensen die niet gewend zijn aan het varen op zee
    De kapitein stond ingepakt achter het roer, benen wijd, alleen de ogen nog zichtbaar. Hij keek niet naar ons, het landvolk dat opeengepakt in het hok zijn best deed om niet te kotsen.
  2. bewoner van het platteland