landvoogd

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. is in het algemeen de functiebenaming voor een persoon die een land bestuurt als vertegenwoordig(st)er van de vorst of landsheer
    De laatste landvoogd van Nederlands-Indië (Huib van Mook) was al vroeg een voorstander van een ‘vrij en gelukkig Indonesië’. In Den Haag werd hem zijn beleid kwalijk genomen. Pas nu krijgt hij zijn biografie.NRC Dirk Vlasblom 23 mei 2014
    Met een kwaadaardig genoegen sabelt De Groot de Engelse landvoogd Leicester neer, 'een eminent vervalser van deugden, die de onaangename en onfortuinlijke hoogmoed van het geslacht Dudley onder een uiterst prettige omgang wist te verbergen'. Volkskrant Sander van Walsum 15 maart 2014

Vertalingen

Engelsgovernor