lediggang

mannelijk (de)/ˈledəˌxɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geen bezigheden hebben
    Als ik het niet geheel aan lediggang ga wijden, dan is dat omdat ik voor je moeder wil blijven zorgen.
    ”Lediggang” staat er boven de column van ds. G. Zomer in het gereformeerd-vrijgemaakte blad Nader Bekeken.