lepelsgewijs

ˈlepəlsxəˌwɛis

Wat is de betekenis van lepelsgewijs?

lepelsgewijs betekent: met telkens kleine schepjes

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. kookkunst_in_het_nederlands met telkens kleine schepjes
  2. figuurlijk_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties in opeenvolgende kleine hoeveelheden
  3. woorden met boekreferenties dicht opeen; in een houding op de zij, telkens met de voorzijden van hoofd, romp en benen dicht bij de achterzijden van de volgende
  4. verouderd_in_het_nederlands, woorden met boekreferenties met de vorm van een steel die zich tot een kommetje verbreed, zoals bij een lepel

Voorbeelden van "lepelsgewijs" in een zin

  • Roer tenslotte lepelsgewijs olijfolie door de saus tot een lichtgebonden, romige saus is verkregen die pittig van smaak is.
  • De slaven moesten dik wijls wegens ruimtegebrek ‘lepelsgewijs’ tegen elkaar liggen.

Etymologie

afgeleid van lepel zn met het achtervoegsel -gewijs en met met het invoegsel -s-