levensmoede

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌlevənsˈmudə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die niet langer wil bestaan
    De laatste meldt, in dit zelfde stuk van 17 juli 1923, een dag na Couperus' overlijden, dat de grote schrijver in waarheid een levensmoede was geweest.

Etymologie

*Als 'levensmoe' attributief wordt gebruikt ("een levensmoe vrouwtje") is vervanging door 'levensmoede' niet mogelijk.