levensmoeheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet meer willen leven
    In verveling en levensmoeheid, daarin begon de zachte dood al.
    "Ik heb een vorm van levensmoeheid. Ik heb het leven eigenlijk nooit leuk gevonden", zegt Kock. "Vertel me: wat is er leuk aan het leven? Het is toch een constant gevecht? Daar heb ik helemaal geen zin meer in."
    Het gaat niet goed met de mentale gezondheid van studenten: meer dan de helft ervaart psychische klachten. Er is sprake van overmatig alcoholgebruik en risicovol middelengebruik en een kwart ervaart klachten van levensmoeheid.

Etymologie

*afgeleid van levensmoe