luidt
Wat is de betekenis van luidt?
luidt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luiden
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luiden
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luiden
- gebiedende wijs meervoud van luiden
Voorbeelden van "luidt" in een zin
- Jij luidt.
- Hij luidt.
- Luidt!
- 'De eerlijkste conclusie luidt dat de Europeanen de supernova onafhankelijk hebben ontdekt van Stanek & co,' zegt hij.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek