luiden

meervoud/ˈlœydə(n)/

Wat is de betekenis van luiden?

luiden betekent: (ov) doen klinken, gewoonlijk van een bel

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) doen klinken, gewoonlijk van een bel
  2. inerg (inerg) het weerklinken van het geluid van een klok
  3. als inhoud hebben
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) groep mensen

Voorbeelden van "luiden" in een zin

  • Deze klok wordt zelden geluid.
  • De kerkklokken luidden toen er een dijkdoorbraak dreigde.
  • Het bericht luidde eenvoudigweg: "hij is dood"; details ontbraken.

Betekenis en uitleg van luiden

Het woord 'luiden' verwijst naar het maken van een duidelijk hoorbaar geluid, vaak in de context van klokken die worden geluid. Het kan ook gebruikt worden om aan te geven dat iets of iemand aandacht vraagt of een boodschap overbrengt.

Je gebruikt 'luiden' vaak in situaties waarin iets of iemand op een krachtige of markante manier wordt aangekondigd. Dit kan bijvoorbeeld het luiden van een klok zijn bij een speciale gelegenheid, of wanneer je iets belangrijks wilt benadrukken. Het woord heeft ook een poëtische connotatie, wat het geschikt maakt voor literair gebruik.

Voorbeelden

  • De klokken luidden om middernacht, waardoor de stad tot leven kwam met een feestelijke sfeer.
  • Tijdens de ceremonie luidde de spreker de boodschap van hoop en verandering voor het publiek.
  • Het luiden van de alarmbel maakte iedereen alert op de noodsituatie die zich voordeed.

Woordoorsprong

Het woord 'luiden' komt van het Middelnederlandse 'luiden', dat is verwant aan het Oudhoogduitse 'lūdan', wat 'roepen' of 'roepen met geluid' betekent.

Veelgestelde vragen over luiden

Wat is de betekenis van luiden?

luiden betekent: (ov) doen klinken, gewoonlijk van een bel

Hoeveel betekenissen heeft luiden?

luiden heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft luiden?

luiden is een meervoud.

Wat zijn synoniemen van luiden?

Synoniemen van luiden zijn: mensen, lieden, man, kerel, mens.

Hoe gebruik je luiden in een zin?

Voorbeeld: “Deze klok wordt zelden geluid.

Etymologie

*[C]: afgeleid van "luide" met de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • de noodklok luiden

Vertalingen

Engelsring
Franssonner
Duitsläuten, klingen
Spaanssonar, tañer