lustigheid
vrouwelijk (de)/ˈlʏstəɣhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opgewekte stemming
- (verouderd) aantrekkelijke eigenschap, geneugte, charme
Etymologie
*afgeleid van lustig lijkend op het Duitse Lustigkeit
Vertalingen
DuitsFröhlichkeit, Heiterkeit, Lustigkeit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek