maatschappij

vrouwelijk (de)/ˌmatsxɑˈpɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) vereniging tot het drijven van handel
    De maatschappij werd in 1940 opgericht als Avia.[http://www.viverelavita.nl/Skyways.494.0.html Skyways], Viverelavita
  2. sociologie (sociologie) de wereld, omgang en verkeer der mensen
    Waarom zou het vanzelfsprekend zijn, zoals Hegel beweert, dat er de drie niveaus zijn van familie, maatschappij en Staat en dat het uiteindelijk goede alleen berust in die laatste? En waarom zou het individu in dat systeem ondergeschikt zijn aan de familie die op haar beurt weer ondergeschikt is aan de Staat? Ten slotte kan Kierkegaard zich in het geheel niet vinden in Hegels beeld van God.
    De maatschappij heeft vandaag de dag een heel medische visie over donatie.[https://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=16525 Tekort aan sperma- en eiceldonoren], gezondheid.be
    Afgezonderd van de maatschappij als een nomadenstam van dal naar dal trekkend, constant in beweging.

Etymologie

*afgeleid van maatschap

Vertalingen

Engelscompany, association, society
Franssociété
DuitsGesellschaft, Gesellschaft
Spaanscompañía, sociedad