magnitude

vrouwelijk (de)/ˌmɑxniˈtydə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. orde van grootte van de kracht van een aardbeving
    In de regio waren in het verleden vaak ernstige aardbevingen. In augustus 1953 verwoestte een aardbeving met een magnitude van 7.2 grote delen van Kefalonia, Zakynthos en Ithaka. Het eiland Kefalonia kwam door die beving 60 centimeter hoger te liggen, aldus de Nederlandse nieuwssite over Griekenland. Tubantia Caspar Naber 27-06-17 [https://www.tubantia.nl/buitenland/griekse-eiland-kefalonia-opgeschrikt-door-aardbeving~ae4208e4/ Griekse eiland Kefalonia opgeschrikt door aardbeving]
    Sindsdien is het aantal bevingen in aantal en magnitude afgenomen, terwijl de mysterieuze trilling zich deze maand liet zien. ,,Het was alsof de hele planeet rinkelde als een bel’’, omschrijft de seismoloog de bijna muzikale gebeurtenis. Het onderzoek gaat verder. Tubantia David van der Heeden 29-11-18 [https://www.tubantia.nl/wetenschap/mysterieuze-schokgolven-lieten-onze-planeet-rinkelen-als-een-bel~ad19333a/ Mysterieuze schokgolven lieten onze planeet rinkelen als een bel]
  2. orde van grootte van de helderheid van een ster

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelsapparent magnitude, magnitude