majolica

/maˈjoliˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grof en bros soort keramiek, bestaande uit gebrande klei, met een bont gekleurde beschildering van glazuur.

Etymologie

* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘soort aardewerk’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaansmayólica