majoor

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, militair (beroep), (militair) een van de rangen van hoofdofficier in een aantal onderdelen van de strijdkrachten, net iets onder die van kolonel
    Hij werd bij de majoor op het matje geroepen.

Etymologie

* Van "mayor" (< Latijn maior), in de betekenis van ‘militaire rang’ voor het eerst aangetroffen in 1624

Vertalingen

Engelsmajor