mandag
mannelijk (de)/ˈmɑndɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bedrijfskunde) hoeveelheid werk die één persoon op één werkdag kan verzetten, eenheid om de omvang van werkzaamheden in uit te drukkenDe kosten per mandag zijn te hoog geworden.
Vertalingen
DuitsManntag, Personentag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek