mandag

mannelijk (de)/ˈmɑndɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedrijfskunde (bedrijfskunde) hoeveelheid werk die één persoon op één werkdag kan verzetten, eenheid om de omvang van werkzaamheden in uit te drukken
    De kosten per mandag zijn te hoog geworden.

Vertalingen

DuitsManntag, Personentag