mandoline

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een klein, luitvormig tokkelinstrument met vier paar snaren waarop met een plectrum getokkeld wordt
    Ze had heel smalle handen gehad en lang, goudblond haar. Haar ogen waren lichtblauw en ze kon prachtige liederen zingen waarbij ze zichzelf op de mandoline begeleidde. {{Aut|Herzen, Frank
  2. huishouden (huishouden) rechthoekige rasp/schaaf, waarmee flinterdunne plakjes gemaakt kunnen worden

Etymologie

* Leenwoord van het Frans "mandoline", in de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1806

Vertalingen

Engelsmandolin
Fransmandoline
DuitsMandoline
Spaansmandolina
Italiaansmandolino
Portugeesbandolim
Poolsmandolina
Zweedsmandolin