mannetje
/ˈmɑnəcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dier van het mannelijk geslachtHet mannetje zoekt een vrouwtje.Ze grapte dat ze een zwarte weduwe was die haar mannetje na het paren opat.
- iemand van het mannelijk geslacht die tegen betaling klusjes verricht'Vroeger had ik een mannetje in dienst om het verkeer op de parkeerplaats te regelen.
- getekende menselijke figuur
Etymologie
* afgeleid van man dat verkleinwoorden vormt
Uitdrukkingen
- zijn mannetje staan: flink zijn, zich laten gelden
Vertalingen
Engelsdwarf
Spaanshombrecillo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek