manslag

mannelijk (de)/ˈmɑnslɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. doodslag
    Hij werd veroordeeld voor manslag.

Etymologie

* In de betekenis van ‘het opzettelijk doden zonder voorbedachten rade’ voor het eerst aangetroffen in 701

Vertalingen

Engelsmanslaughter
Franshomicide involontaire, homicide
DuitsTotschlag