marquise
vrouwelijk (de)/mɑrˈkizə/
Wat is de betekenis van marquise?
marquise betekent: (adel) echtgenote van een markies (in een franstalige omgeving)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (adel) echtgenote van een markies (in een franstalige omgeving)
- (verouderd) uitklapbaar zonnescherm boven een raam
- (bouwkunde) (verouderd) afdak boven een buitendeur, als bescherming tegen zon en regen bij het in- en uitstappen van een rijtuig; ook gebruikt als benaming voor vergelijkbare open constructies die tegen zon of regen beschermen
- (militair) (historisch) hoge tent met een puntdak waarin je kan lopen, qua vorm vergelijkbaar met een partytent; vaak open als afdak voor de ingang van een lagere, meer gesloten tent, waarin een officier kan rusten
- briljant die van boven gezien niet rond is, maar ellipsvormig uitgerekt eindigt in twee punten
- ring met een edelsteen die is geslepen in de vorm van een ellips die eindigt in twee punten
Voorbeelden van "marquise" in een zin
- Josseline Gaël was als ‘nichtje’ Mimosa (men weet, wat een nichtje in dit soort stukken is) charmant; ook de beide andere dames, Jeanne Grumbach als een pittige oude marquise en Hélène Maïa als de huishoudster Amélie droegen door hun voortreffelijk spel veel bij tot het succes.
- {{ouds
- Vlug stapte zij in den tentwagen, die onder de marquise der voorgalerij stond en reed het erf af.
- {{ouds
- De cut is ook bepalend voor de prijs. (…) Je hebt een ovaal, een marquise, een princesse, een peer, een hart en een emerald.
Etymologie
*van "marquise"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek