materiaal

onzijdig (het)/mater(i)ˈjal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) een tastbare stof (-> materie)
    Van welk materiaal is die brug gemaakt?
    Hij begon niet met het onderzoeken-van bloed van pestdoden, maar nam materiaal van hun gezwollen lymfeklieren.
    Cuben fiber is een superlicht maar sterk materiaal, afkomstig uit de zeilwereld.
  2. geheel van zaken die men voor een bepaald doel nodig heeft, benodigdheden

Etymologie

*mogelijk van het Oudfranse 'material'

Vertalingen

Engelsmaterial
Fransmatériau
Spaansmaterial