meneer

mannelijk (de)/məˈner/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een formele manier om een man aan te spreken
    Dag, meneer De Vries!
    `Heeft het hotel een nieuwe eigenaar?' vroeg ik. `Onlangs is Grand Hotel Europa overgegaan in Chinese handen,' zei hij. 'De nieuwe eigenaar heet meneer Wang. Het gaat om een recente ontwikkeling die we op dit moment onmogelijk kunnen beoordelen.
  2. een nette man
    Je bent een hele meneer in dat pak!

Etymologie

*Samentrekking van mijnheer, een samenstelling van mijn en heer.

Vertalingen

Engelssir, gentleman
Fransmonsieur, monsieur
Spaansseñor
Russischгосподин, сударь