minister-president

mannelijk (de)/miˌnɪstərˌpreziˈdɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, regering (beroep) (regering) de minister die het kabinet aanvoert
    Het is nog onduidelijk wie de volgende minister-president wordt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘voorzitter van de ministerraad’ voor het eerst aangetroffen in 1863

Vertalingen

Engelsprime minister
Franspremier ministre
DuitsPremierminister
Spaansprimer ministro, primera ministra, presidente de Gobierno
Italiaanspresidente del consiglio, primo ministro, premier
Portugeesprimeiro ministro
Russischпремьер-министр
Poolspremier
Zweedspremiärminister, statsminister
Deenspremierminister