minnehandel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handelingen tussen twee geliefden
    Zelfs in de studentenalmanakken uit de tijd van Piet Paaltjens - dus na 1850 -kan men nog toespelingen op dit gebeuren aantreffen, al schijnt een reusachtige 'kandelaber', die 's nachts een zee van licht verspreidde, de minnehandel bepaald niet bevorderd te hebben.
    Maar de dansles of het feestje leerde, en leert nog steeds, dat de minnehandel door de eeuwen heen volgens eenzelfde stramien wordt gevoerd.