overspel
onzijdig (het)/ˈovərˌspɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in een huwelijk of vaste relatie toch seks hebben met een ander dan de echtgenoot of vaste partnerHij pleegde overspel met de beste vriendin van zijn vrouw.
Etymologie
* In de betekenis van ‘echtbreuk’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Engelsadultery
Fransadultère
DuitsEhebruch, Fremdgehen
Spaansadulterio
Arabischزِنَاء
Turkszina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek