missionaris

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand door de katholieke kerk gezonden om het geloof te verbreiden
    De missionaris richtte een ziekenzaaltje op.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rooms-katholieke zendeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1777

Vertalingen

Engelsmissionary
DuitsMissionar