naamdag
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dag waarop een heilige wordt herdachtBuiten Limburg wordt in het Nederlands taalgebied iemands naamdag zelden gevierd.Meester Valentijn viert zijn naamdag op 14 februari
Uitdrukkingen
- Barbara heeft haar naamdag op 4 december, want dan wordt Sint-Barbara herdacht.
Vertalingen
Engelsname day, saint's day
DuitsNamenstag
Spaanssanto
Italiaansonomastico
Japans聖名祝日
Poolsimieniny
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek