nachtgoed
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van nachtgoed?
nachtgoed betekent: kleding die men in bed aanheeft tijdens het slapen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleding die men in bed aanheeft tijdens het slapen
Voorbeelden van "nachtgoed" in een zin
- Toen vorst Andrej in de voor hem klaargemaakte kamer was en in schoon nachtgoed onder het donzen dekbed en op de welriekende verwarmde kussens lag, voelde hij dat de veldslag waarover hij was komen berichten ver, ver achter hem lag.
- Het is een bijzondere aanwinst, schrijft Omroep Gelderland, want er is bijna geen nachtgoed in de collectie koninklijke kleding bewaard gebleven. Wie het kledingstuk heeft gemaakt, is niet bekend. Destijds werkten aan het hof meerdere naaisters.
Vertalingen
Engelsnightclothes
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek