nachtgewaad

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kleding (van een vrouw) voor de nacht
    Een of twee dagen na Tonio's geboorte: ik sta met mijn moeder voor de glaswand waarachter Mirjam in een nachtgewaad is opgedoken, met de baby in haar armen, vermoeid gezicht, maar breed lachend.
    De feiten vonden volgens Anthony plaats in de jaren '80. Tijdens een ontmoeting in New York had de halfnaakte filmbons haar al voor de eerste keer proberen te betasten, maar Anthony kon toen ontkomen. Weinstein begon haar nadien te stalken en overviel haar op een dag in haar woning. Hij belde aan en Anthony opende de deur in een nachtgewaad.

Vertalingen

Engelsnight dress, night gown