napret

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het plezier dat je beleeft door je een leuke gebeurtenis te herinneren
    De periodes voor en na de vakantie voegen minstens zoveel toe aan een geslaagde vakantie-ervaring als de vakantie zelf, wil onderzoeker Jessica de Bloom daarom benadrukken. Haar tips: richt je als bedrijf vooral op het leukste aspect: de voor- en napret. NRC Daan Borrel 16 juli 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/07/16/bevel-van-de-baas-geen-werk-op-vakantie-1401253-a281433 Bevel van de baas: géén werk op vakantie]
    Andretti bedankte zijn 'padrino' zaterdag op een wel heel speciale manier, zegt Van Bekkum met een mengeling van napret en walging. 'We reden in zijn taxi naar een cavia-restaurant waar hij twee gegrilde exemplaren bestelde. Wat ik ook probeerde en hoe onbeleefd het ook was, ik kreeg het vlees tot mijn spijt niet weg.' Het Parool CASPAR NABER 3 MAART 2014 [https://www.parool.nl/trending/amsterdammer-realiseert-taxi-droom-van-peruaans-boefje~a3606656/ Amsterdammer realiseert 'taxi-droom' van Peruaans boefje]
    De muziekavond werd vorig jaar voor het eerst georganiseerd, vertelt Geneugelijk. „Dat was zo leuk! Alleen de voor- en napret al. We dachten: Dat gaan we vaker doen!” Reformatorisch Dagblad Neline Boogert 23-04-2014 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/muziekavond-in-ede-met-vier-dirigenten-1.386363 Muziekavond in Ede met vier dirigenten]