nar

mannelijk (de)/nɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die anderen vermaakt door zich in opvallende kleding dwaas te gedragen
    Hoe maak je als bejaarde nar nog grappen wanneer de politiek dat zelf aan de lopende band doet, zonder enig gevoel voor schaamte of oog voor de maatschappelijke gevolgen?[https://www.parool.nl/kunst-media/recensie-freek-de-jonge-oogt-in-zijn-zevende-verkiezingsconference-machtelozer-dan-ooit~b8db2a16/ www.parool.nl (13 okt 2025)]

Etymologie

*via Middelnederlands "narre", in de betekenis van ‘zot’ aangetroffen vanaf 1432; van "narre" “zot, dwaas” (modern Duits "Narr")