zot
Wat is de betekenis van zot?
zot betekent: iemand die zich dwaas gedraagt
Betekenis
- iemand die zich dwaas gedraagt
- (informeel) iemand met een psychische stoornis
- (informeel) (Belgisch-Nederlands) iemand die zich door emoties overdreven fanatiek gedraagt
- (kaartspel) (informeel) (Belgisch-Nederlands) boer als kaart van een bepaalde waarde
Voorbeelden van "zot" in een zin
- De circusclown komt voort uit de commedia dell’arte en het variété, en is een nakomeling van zot en nar: beroepsgekken die spotten met koning en burgers, de bestaande orde ondersteboven kieperden en ageerden tegen de heersende moraal.
Betekenis en uitleg van zot
Het woord 'zot' verwijst naar iemand die zich gek of dwaas gedraagt. Het wordt vaak gebruikt in een speelse of vriendelijke context om iemands onconventionele gedrag te beschrijven, zonder dat het daadwerkelijk beledigend is bedoeld.
'Zot' wordt vaak gebruikt in informele gesprekken, vooral als je de gekkigheid of de ongebruikelijke acties van iemand wilt benadrukken. Het kan ook een liefdevolle of vertederende bijklank hebben, vooral als het gaat om vrienden die zich op een ludieke manier gedragen. In sommige gevallen kan het ook verwijzen naar iemand die zich niet serieus neemt of niet volgens de verwachtingen handelt.
Voorbeelden
- Tijdens het feest gedroeg hij zich zo zot dat iedereen moest lachen.
- Ze had een zot idee om een karaoke-avond te organiseren in hun kleine appartement.
- Hij is zo zot op zijn hond dat hij elke week nieuwe speeltjes koopt.
Woordoorsprong
Het woord 'zot' heeft zijn oorsprong in het Middelnederlands en is verwant aan het Duitse 'dumm' en het Engelse 'silly', die allemaal een soortgelijke betekenis van dwaasheid of onnozelheid hebben.
Veelgestelde vragen over zot
Wat is de betekenis van zot?
zot betekent: iemand die zich dwaas gedraagt
Hoeveel betekenissen heeft zot?
zot heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft zot?
zot is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van zot?
Synoniemen van zot zijn: dom, dwaas, gek, belachelijk, bespottelijk.
Hoe gebruik je zot in een zin?
Voorbeeld: “De circusclown komt voort uit de commedia dell’arte en het variété, en is een nakomeling van zot en nar: beroepsgekken die spotten met koning en burgers, de bestaande orde ondersteboven kieperden en ageerden tegen de heersende moraal.”
Etymologie
#(informeel) sterk afwijkend van verwachtingen en daardoor grappig
Uitdrukkingen
- zot zijn van