mal

mannelijk (de)/mɑl/

Wat is de betekenis van mal?

mal betekent: (techniek) holle gietvorm

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) holle gietvorm
  2. techniek (techniek) grafische vorm die voor herhaaldelijk gebruik is bedoeld

Voorbeelden van "mal" in een zin

  • Het ijzer wordt in een mal gegoten.
  • Een mal voor meermalig gebruik.

Betekenis en uitleg van mal

Een 'mal' is een sjabloon of vorm die wordt gebruikt om iets te maken of te reproduceren. Het helpt om consistentie en precisie te waarborgen bij het vervaardigen van objecten, zoals in de industrie of bij het bakken.

Je gebruikt het woord 'mal' vaak in een technische of creatieve context, bijvoorbeeld bij het gieten van metaal of het maken van koekjes. Het verwijst naar het hulpmiddel dat de basisvorm bepaalt en kan variëren van complex tot eenvoudig. Malletjes zijn niet alleen praktisch, maar kunnen ook een artistiek element toevoegen aan het eindproduct.

Voorbeelden

  • De bakker gebruikte een mal om perfecte koekjes in dezelfde vorm te maken.
  • Voor het gieten van de sculptuur werd er een gedetailleerde mal gemaakt van siliconen.
  • Bij het maken van de meubels was het essentieel om een stevige mal te hebben voor de houten onderdelen.

Woordoorsprong

Het woord 'mal' komt van het Middelnederlandse 'mal', dat betrekking heeft op een vorm of model. Het heeft verwante termen in andere Germaanse talen, die ook wijzen op een concept van vormen of sjablonen.

Veelgestelde vragen over mal

Wat is de betekenis van mal?

mal betekent: (techniek) holle gietvorm

Hoeveel betekenissen heeft mal?

mal heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft mal?

mal is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van mal?

Synoniemen van mal zijn: dwaas, gek, zot, matrijs, sjabloon.

Hoe gebruik je mal in een zin?

Voorbeeld: “Het ijzer wordt in een mal gegoten.

Etymologie

#ondoordacht

Vertalingen

Engelssilly, mold, mould
Franssot, moule
Duitsverrückt, irre, malle
Spaanstonto, bobo, necio