nasmaak
mannelijk (de)/ˈnasmak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een veranderde smaak van iets dat men al heeft doorgeslikt heeft en in het begin anders smaakte
- een veranderde gewaarwording van iets dan aanvankelijk een andere gewaarwording teweeg bracht
Vertalingen
Engelsaftertaste
Fransarrière-goût
DuitsBeigeschmack
Spaansretrogusto
Italiaansretrogusto
Portugeesretrogosto
Deenseftersmag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek