natuurstaat

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zoals iets natuurlijk, zonder ingrijpen van de mens, voorkomt
    Tot verrassing van iedereen voelden de mensen zich rond de eeuwwisseling echter niet aanbeland in een hogere beschavingsfase, maar vereenzaamd en gedesoriënteerd, met andere woorden: dicht bij de natuurstaat.
  2. zonder kleding