natuurstaat
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zoals iets natuurlijk, zonder ingrijpen van de mens, voorkomtTot verrassing van iedereen voelden de mensen zich rond de eeuwwisseling echter niet aanbeland in een hogere beschavingsfase, maar vereenzaamd en gedesoriënteerd, met andere woorden: dicht bij de natuurstaat.
- zonder kleding
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek