natuurvolk
Wat is de betekenis van natuurvolk?
natuurvolk betekent: (cultuur) (historiografie) (antropologie) volk/bevolkingsgroep, meestal zonder geschreven traditie, die zogenaamd dichter bij de natuur zou zijn, op grond van hun vermeende, primitieve opvattingen, samenlevingsvorm of technologie
Betekenis
- (cultuur) (historiografie) (antropologie) volk/bevolkingsgroep, meestal zonder geschreven traditie, die zogenaamd dichter bij de natuur zou zijn, op grond van hun vermeende, primitieve opvattingen, samenlevingsvorm of technologie
Voorbeelden van "natuurvolk" in een zin
- Het oude hoofdthema van alle wonderdoenerij, dat wij in zijn vollen wasdom zien, waar de medicijnman der natuurvolken het in praktijk brengt bij zijn geneeskuren: nl. het door de lucht vliegen, om geesten te consulteeren, is het speciale domein van Moggallâna's wonderkracht. Dat vliegen speelt ook buitendien in de Buddhistische verhalen een grooten rol.
Veelgestelde vragen over natuurvolk
Wat is de betekenis van natuurvolk?
natuurvolk betekent: (cultuur) (historiografie) (antropologie) volk/bevolkingsgroep, meestal zonder geschreven traditie, die zogenaamd dichter bij de natuur zou zijn, op grond van hun vermeende, primitieve opvattingen, samenlevingsvorm of technologie
Welk woordgeslacht heeft natuurvolk?
natuurvolk is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je natuurvolk in een zin?
Voorbeeld: “Het oude hoofdthema van alle wonderdoenerij, dat wij in zijn vollen wasdom zien, waar de medicijnman der natuurvolken het in praktijk brengt bij zijn geneeskuren: nl. het door de lucht vliegen, om geesten te consulteeren, is het speciale domein van Moggallâna's wonderkracht. Dat vliegen speelt ook buitendien in de Buddhistische verhalen een grooten rol.”
Etymologie
* Ontleend aan Duits "Naturvolk"