neerslag
mannelijk (de)/ˈnerslɑx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) hemelwater dat in de vorm van regen, sneeuw, hagel enzovoort uit de lucht valtHet weer wordt extremer. Veel meer neerslag, meer verdroging, verwoestijning, meer stormen, de zeespiegel stijgt. Dat is echt een kantelpunt. Er kan een moment komen dat de zeespiegel zo stijgt dat er niks meer aan te doen is. Wat je ook doet, je krijgt het niet meer hersteld.[https://www.parool.nl/nederland/jan-terlouw-93-geeft-zijn-strijd-voor-de-aarde-niet-op-de-mensheid-heeft-gefaald~b4b3ab73/ www.parool.nl (5 apr 2025)]
- bezinksel
- (muziek) het accentueren van een tel in de maat [6]
Vertalingen
Engelsprecipitation, deposit
Fransprécipitations, précipité
DuitsNiederschlag, Ablagerung
Spaansprecipitación, sedimento
Italiaansprecipitazione
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek