neerstromen

/ˈnerstromə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. (van water of regen) naar lager gelegen plaatsen vloeien
    Hij laat het water vanuit die hoogte neerstromen op de schoepen van een waterrad.
  2. figuurlijk (figuurlijk) neerkomen
    Uw genade laat u op mij neerstromen.

Vertalingen

Duitsherabströmen