nestelen

/ˈnɛstələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels
    Op die rots nestelen honderden zeekoeten.
  2. refl (refl) zich ~: plaatsnemen en het zich behaaglijk maken

Etymologie

*van het Middelnederlands "nestelen" , maar via de wortels in het Protogermaans op te vatten als (freqtt) nesten

Vertalingen

Engelsnest
Fransnicher
Duitsnisten
Spaansanidar