neusgang

mannelijk (de)/ˈnøsxɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een van beide kanalen die de buitenlucht door de neus naar de luchtpijp geleiden
    De neusgangen dienen voor het bevochtigen, verwarmen en zuiveren van de ingeademde lucht.

Vertalingen

Engelsnasal passage