neutraal
/nøˈtral/
Wat is de betekenis van neutraal?
neutraal betekent: geen partij kiezend in een conflict, afzijdig, onpartijdig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- geen partij kiezend in een conflict, afzijdig, onpartijdig
- geen onderscheid makend
- noch een positieve noch een negatieve lading dragend
- zonder netto kosten of verdiensten
- noch zuur noch alkaline; med een zuurgraad van 7
Voorbeelden van "neutraal" in een zin
- De neutrale landen boden aan te bemiddelen in het geschil.
- Het anion en het kation verbinden zich tot een neutraal complex.
- De gezinsvakanties werden financieel neutraal doordat we ons huis verhuurden, en voor zover mogelijk kochten we spullen bij de kringloop.
- Het zuur en het alkali (of de base) verbinden zich tot een neutraal zout.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onzijdig’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Vertalingen
caneutral
Deensupartisk, neutral
Duitsneutral, nullleiter
Engelsneutral, impartial
eoneŭtrala
fouttanveltaður
Fransneutre
husemleges
ioneutra
Italiaansneutro, neutrale
nonøytral
papneutral
Poolsneutrala
Portugeesneutro
Spaansneutro, neutral
Zweedsneutral
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek