nijdigheid

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van nijdigheid?

nijdigheid betekent: zeer grote boosheid; met zeer grote vijandigheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer grote boosheid; met zeer grote vijandigheid

Voorbeelden van "nijdigheid" in een zin

  • - De kampers en hun paarden bleven beweegloos staan, alsof iets bovennatuurlijks hun drift plotseling verkoeld had; men zou geloofd hebben dat zij elkander met aandacht bezagen, en echter lagen zij nog met al het gewicht huns lichaams op de speer drukkende, alsof zij met meer nijdigheid en met een boos vermaak hun vijand pijnigen wilden; maar dit duurde niet lang, weldra deed het paard van De Mertelet een beweging en de twee lijken vielen uit de zadel op de grond.

Etymologie

*afleiding van nijdig