node
ˈnodə
Wat is de betekenis van node?
node betekent: terwijl er veel behoefte aan was
Betekenis
bijwoord
- terwijl er veel behoefte aan was
werkwoord
- aanvoegende wijs van noden
zelfstandig naamwoord
- datief vrouwelijk van nood
Voorbeelden van "node" in een zin
- Plotseling werd hij ernstig ziek; hij werd node gemist bij het concert.
- Snel werd duidelijk wat men allemaal van node had.
Etymologie
van Middelnederlands node, op te vatten als nood zn met de uitgang -e, als bijwoord van modaliteit: ‘onwillig’ aangetroffen vanaf 1240
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek