nodeloos
Wat is de betekenis van nodeloos?
nodeloos betekent: zonder noodzaak
Betekenis
bijwoord
- zonder noodzaak
bijvoeglijk naamwoord
- zonder noodzaak
bijwoord
- zonder noodzaak
bijvoeglijk naamwoord
- partitief van de stellende trap van nodeloos
Voorbeelden van "nodeloos" in een zin
- De breedsprakige man sprak nodeloos ingewikkeld.
- Deze man wist weer eens allerlei nodeloze bezwaren te verzinnen terwijl het kan allemaal veel makkelijker en eenvoudiger zou kunnen.
- Als je alle nodeloze franje van dit apparaat afhaalt krijg je een machine met maar één knop.
- De onbehouwen man maakte weer eens een paar nodeloos kwetsende opmerkingen.
Etymologie
afgeleid van nood met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -e-
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek