nodeloos

Wat is de betekenis van nodeloos?

nodeloos betekent: zonder noodzaak

Betekenis

bijwoord
  1. zonder noodzaak
bijvoeglijk naamwoord
  1. zonder noodzaak
bijwoord
  1. zonder noodzaak
bijvoeglijk naamwoord
  1. partitief van de stellende trap van nodeloos

Voorbeelden van "nodeloos" in een zin

  • De breedsprakige man sprak nodeloos ingewikkeld.
  • Deze man wist weer eens allerlei nodeloze bezwaren te verzinnen terwijl het kan allemaal veel makkelijker en eenvoudiger zou kunnen.
  • Als je alle nodeloze franje van dit apparaat afhaalt krijg je een machine met maar één knop.
  • De onbehouwen man maakte weer eens een paar nodeloos kwetsende opmerkingen.

Etymologie

afgeleid van nood met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -e-