Nol
mannelijk/vrouwelijk (de)/nɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine verhoging in het terreinZie je die nol daar?
- (waterbeheer) resterend overblijfsel van een voor het overige weggevallen dijk dat uitsteekt in het waterVijf windmolens bij de Grote Nol dekken hele Thoolse stroombehoefte
- slaapje, dutjeIk heb even een nol gedaan.
Etymologie
*van Middelnederlands "nolle"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek